De spookspeurders en de moestuinvandalen

0

Als Lodes vader de kast onder de oude trap afbreekt, blijkt dat daar al die tijd een spook woonde. Dat spook luistert naar de naam Roger en heeft nu zijn intrek genomen in Lodes kleerkast. Lode is in de wolken: niet iedereen kan zeggen dat hij een huisspook heeft. Al snel blijkt echter dat Roger niet de makkelijkste gast is. Hij kan trots en nukkig doen en is erg gesteld op zijn rust.
Als de moestuinklas in Lodes school het mikpunt wordt van vandalenstreken en Lode als verdachte aangeduid wordt, besluit hij om de hulp van zijn huisspook in te roepen. Lukt het dit bijzondere speurdersduo om de daders te ontmaskeren?

 

Eerste zinnen:
Ik wed dat jij niet in spoken gelooft. Gelijk heb je. Spoken zijn een verzinsel voor in griezelige films. Spoken zouden mensen zijn die geen rust vinden en daarom nu onrust stoken bij anderen. Als er al spoken zijn – en ik zeg: als… – dan wonen ze in een kasteel of op een kerkhof. Ze zijn grijs of wit. Ze hebben geen eten of drinken nodig en lachen doen ze ook niet.
Tot twee weken geleden zou ik het helemaal met je eens zijn geweest. Als spoken al ergens bestaan, dan alleen in het hoofd van mensen die niet beter weten. Ik weet sinds kort beter. Want er woont een spook in mijn huis. Hij lacht onbedaarlijk als hij strips leest – ook als de strip eigenlijk niet grappig is. Hij pikt eten (en niet zomaar eender wat) alsof zijn leven ervan afhangt. Terwijl hij niet kan eten en niet meer leeft. Hij is allesbehalve wit of grijs van kleur.
En oh ja, hij heet Roger. Ik weet het, ik zou ook een andere naam hebben gekozen. Maar hé, in mijn huis woont een spook. Ik geloof niet dat jij dat van jouw huis kan zeggen?

Uitgeverij Horizon, 2021

Er zijn nog geen reacties. Als eerste een reactie geven?

REACTIE TOEVOEGEN