Gaijin

1

Japan, de luchthaven van Narita. Bram valt bijna uit het vliegtuig, zo blij is hij dat hij er eindelijk is. Ook al komt hij om af te zien. Want is afzien niet de enige manier om iets goed te maken?
Elise stapt veel langzamer uit het vliegtuig, al is ze even vastbesloten. Ze zal haar vader, die na de scheiding met haar moeder in Japan is gebleven, niet meer laten vluchten in gladde praatjes. Deze keer wil ze haar échte vader. Maar kun je het verleden zomaar terughalen?
Zowel Bram als Elise worden geconfronteerd met een heleboel vragen. Hoe belangrijk is het om ergens bij te horen? Hoe vreemd en vertrouwd is de ander? En vooral: hoe vreemd ben je zelf?

Eerste zin(nen):
Alles komt goed. Alles komt altijd goed. Alles komt echt altijd goed.
Bram staart uit het raampje. Grijsgroen land dat in keurige rechthoekjes is verdeeld. Rijstvelden. Zo clich√©. Ze vliegen nu zo laag dat hij de groene sprieten bijna ziet opsteken tussen het water. Hij draait zich weg van het raampje. Hij had iets anders verwacht bij de eerste aanblik van Japan. Iets vreemds, spannends, exotisch … Iets, in elk geval.

Clavis, 2008

Er zijn nog geen reacties. Als eerste een reactie geven?

REACTIE TOEVOEGEN