Onderstroom (Het College 2)

0

Doodgaan is niet zo makkelijk als mensen denken dat het is.
En dan hebben we het nog niet gehad over blijven leven.

Het is een traditie: wie in het vijfde jaar zit, moet mee op survivalkamp op een eilandje voor de Noordzeekust. Hoewel ze niet in de stemming is, gaat ook Nina mee. Er doen immers de wildste eilandverhalen de ronde over geesten en ontgroeningsrituelen, dronken leerkrachten en vriendschappen voor het leven. Een onheilspellende boodschap op de eerste avond wordt dan ook lacherig onthaald. Tot er tafels inzakken, dode vissen opduiken en leerlingen ziek worden.

Het College is een psychologische thrillerreeks over een seriemoordenaar die graag manipuleert. Dus kiest hij slachtoffers, maar ook daders. Hoe makkelijk is het om mensen te doen moorden?

Tine Bergen (1981) woont met man, kat en kinderen in het Leuvense. Ze houdt van verhalen. Ze luistert als journalist graag naar de verhalen van anderen, maar ze verzint ze ook graag zelf voor haar boeken. Ze leest liefst spannende verhalen en wil met Het college een reeks maken voor fans van psychologische thrillers.

 

Eerste zinnen:
Een mens bestaat voor de helft uit water. In mannen
zit meer water dan in vrouwen. Driekwart van een baby is
water. Ik houd het mezelf voor, mijn armen geklemd rond
de onderkant van de ladder, mijn voeten op de bodem van
het zwembad. Water kan niet verkeerd zijn, ik ben water.
Chloor vult mijn neus, mijn keel, mijn buik. Ik brul. En
brul. En brul. Mijn longen barsten. Doodgaan is niet zo
makkelijk als mensen denken dat het is. Een lichaam wil
leven.
Mijn armen trekken mezelf omhoog, mijn longen vullen
zich. Ik duw mezelf onder. Krijs. Stamp. Tier. Het kan niet,
het mag niet, het zal niet! Ik glijd terug naar boven. Duw
mezelf opnieuw onder. Ik pendel. Op en neer. Lucht en water.
Leven en dood. Denken en doen. Mijn handen klauwen,
mijn tong trilt, mijn keel voelt rauw van het brullen.
Goed zo.
Alles is beter dan denken.
Mijn broer is dood. De liefste broer van de wereld. De
beste die een mens zich kan indenken. En toch is hij er niet
meer. Toch hebben we gisteren zijn as in drie├źn verdeeld.
Twee potjes, voor in twee huizen. Het derde deel hebben
we vanmorgen uitgestrooid over het water van de Noordzee.
Alle leven komt uit de zee. Het is alleen maar fair dat het er
ook naar terugkeert.
Ik glijd weer naar beneden. Dobber traag nu, met mijn
mond dicht. Te moe om nog te schreeuwen. Om wat dan
ook te doen of te denken. Zeventig procent van onze hersenen
bestaat uit water. Als ik hier lang genoeg blijf liggen, lost dat
deel van mij dat kan denken en voelen gewoon op. Een zalig
vooruitzicht. Want wat valt er verder nog op te lossen?

Moe hang ik uiteindelijk in de kille omhelzing van de
zwembadladder. Mijn borstkas barst, mijn hoofd dreunt,
mijn tanden klapperen, mijn rimpelige huid is te smal
geworden voor mijn lijf. Doodgaan is niet zo makkelijk als
mensen denken dat het is. En dan hebben we het nog niet
gehad over blijven leven.

Bakermat, 2018

Er zijn nog geen reacties. Als eerste een reactie geven?

REACTIE TOEVOEGEN