Vissen praten niet

0

Op een morgen eind augustus staat de politie bij Flo aan de deur. Ze wordt verdacht van moord op David De Vader, de vader van een van de kleuters uit haar klas. Flo wordt meegenomen voor een gesprek over de voorbije zomer. Een gesprek over blauwe plekken op kinderruggen, temperamentvolle vakantieliefdes, chocolade en bedreigingen over de babyfoon.
Een gesprek dat niet alleen haar leven, maar ook dat van heel wat anderen onherroepelijk zal veranderen. Flo leert wat ze eigenlijk al wist: dat er ergere zaken zijn dan van moord verdacht worden.
Een gesprek dat uiteindelijk vooral gaat over wat niet wordt gezegd. Want vissen praten niet.

 

Eerste zinnen: 
Rechtdoor is altijd sneller. Zonder nadenken rent Flo de netels in. Het bos kraakt. Kreunt. Of is ze dat zelf? Ze hoort gehijg. Flo’s voeten denderen over vochtig gras en verdwaalde bramen. Nog een paar minuten, dan is ze bij de eik. Van daar is het nog een kleine kilometer en ze is weer in de bewoonde wereld. Nog even. Nog heel even. De kramp haakt zich van haar kuiten aan haar billen.
Nog meer gekraak en gehijg. Ze wil niet, maar ze doet het toch. Ze kijkt achterom. Zo snel dat haar nekspieren niet kunnen volgen. De pijn raast door haar ruggengraat, van de achterkant van haar hoofd tot haar stuit. Flo wankelt. Ze mag niet wankelen! Ze klemt haar kaken op elkaar, drijft het tempo verder op. Zo dadelijk ontploffen haar kuiten. Maar ze zal niet stoppen. Ze kan niet stoppen.
De pijn in haar nek leidt af, maakt dat ze de overhangende tak te laat ziet. Hij zwiept in haar gezicht en Flo wankelt niet langer, ze tuimelt. Ze grijpt naar de tak, die prompt afbreekt. Flo schuift een eind verder op haar zitvlak, waarbij ze het akelige gevoel heeft dat haar vel blijft hangen terwijl haar botten vooruitgaan. Ze strompelt overeind. Ze is er bijna. Bijna. Daar moet ze aan denken. Dat is het enige waar ze nu aan moet denken. Terwijl ze verder holt, kan ze het niet laten nog een keer achterom te kijken. Ze spitst haar oren. Ze hoort niks anders meer dan haar eigen lijf, snakkend naar adem. Daar is de eik! Als vanzelf gaan haar benen nog een versnelling hoger.
De laatste honderd meter naar het kleine, witte hoekhuis vertragen haar voeten, eindelijk. Flo’s vingers glijden naar haar nek, duwen de vertrouwde pijn er met vaardigheid uit. Ze draait heel haar lijf om en staart naar het bos dat nu achter haar ligt. Geen gekraak. Geen gehijg. De vogels kwetteren ondertussen zo hard dat ze alles overstemmen.
Het is een trucje dat ze vroeger regelmatig gebruikte. Doen alsof ze wordt achtervolgd om zichzelf op te zwepen haar dagelijkse kilometers zo snel mogelijk te maken. Sinds kort moet ze niet meer doen alsof.

Stop motion filmpje

Uitgeverij Vrijdag, 2019

Er zijn nog geen reacties. Als eerste een reactie geven?

REACTIE TOEVOEGEN